Kritische vragen over geloof en redding – uitgelegdīģŋ
1. “Maar wat is dan ‘het ware geloof’? Is dat niet méér dan alleen geloven?”
Antwoord: Het ware geloof is niets anders dan vertrouwen op de Persoon en het werk van Jezus Christus. Niet een gevoel, niet een religieuze prestatie, niet ‘hard genoeg geloven’. De Bijbel zegt:
đ Johannes 6:47 – “Voorwaar, voorwaar zeg Ik u: Die in Mij gelooft, heeft het eeuwige leven.”
Ware geloof is dus: geloven dat Hij voor ú betaald heeft. Niet meer, niet minder.
đ Kijk naar de moordenaar aan het kruis. Hij had geen tijd meer om goede werken te doen, geen kans om zich te laten dopen, geen kerk om bij te wonen, geen religieuze plichten om na te komen. Hij had nog maar één ding: geloof.
Hij zei:
đ Lukas 23:42 – “Heere, gedenk mijner, als Gij in Uw Koninkrijk zult gekomen zijn.”
En Jezus antwoordde direct:
đ Lukas 23:43 – “Voorwaar zeg Ik u: Heden zult gij met Mij in het paradijs zijn.”
đĨ Dat is het ware geloof in zijn puurste vorm. Geen werken. Geen gevoel. Geen religie. Alleen vertrouwen op Jezus – en onmiddellijk zekerheid van de hemel.
2. “Maar kan een mens wel uit zichzelf geloven? Moet God niet eerst iets bijzonders doen?”
Antwoord: Dat is een list van de satan. De Bijbel zegt niet: “Wacht tot God je eerst een gevoel geeft.” Nee, steeds weer roept God: Geloof!
đ Handelingen 16:31 – “Geloof in den Heere Jezus Christus, en gij zult zalig worden.”
De satan weet dat het zo eenvoudig is, en juist daarom probeert hij het moeilijk te maken. Maar God maakt het eenvoudig: geloven is een keuze.
3. “Maar je moet toch ook iets dóen? Anders kan het toch niet echt zijn?”
Antwoord: Dat is precies waar Paulus zo fel tegen waarschuwde.
đ Efeze 2:8-9 – “Want uit genade zijt gij zalig geworden, door het geloof; en dat niet uit u, het is Gods gave. Niet uit de werken, opdat niemand roeme.”
Zodra je er ook maar iets van werken bij doet, verdraai je het Evangelie. Zaligheid is genade, of het is niets.
4. “Maar de Bijbel lijkt soms tegenstrijdig – de ene tekst zegt geloof, de andere lijkt toch werken te vragen?”
Antwoord: Dat is een belangrijke sleutel om Gods Woord te verstaan: God spreekt Zichzelf nooit tegen.
đ Psalm 119:160 – “De som van Uw woord is de waarheid; en al Uw rechtvaardige verordeningen zijn in eeuwigheid.”
Dat betekent: de Bijbel is één volmaakt geheel. Wanneer het gaat om zaligheid, moet u altijd beginnen met de helderste verzen:
đ Efeze 2:8-9 – “…uit genade… door het geloof… niet uit de werken.”
đ Johannes 3:16 – “…een iegelijk, die in Hem gelooft… heeft eeuwig leven.”
đ Romeinen 4:5 – “…die niet werkt, maar gelooft… diens geloof wordt gerekend tot rechtvaardigheid.”
Deze zijn zonneklaar: redding is door geloof alleen.
Als u dan een vers leest dat lijkt te zeggen dat werken óók nodig zijn, dan weet u meteen: dat kan niet over redding gaan, want anders zou de Bijbel zichzelf tegenspreken. Zulke verzen hebben dus altijd een ándere betekenis – vaak gaat het dan over vrucht, beloning, of het getuigenis voor mensen.
đ Psalm 119:105 – “Uw woord is een lamp voor mijn voet, en een licht voor mijn pad.”
đ Het Woord van God is het licht waarmee u de moeilijkere teksten uitlegt. Het heldere licht van de Schrift verklaart de schaduwteksten. Daardoor valt alles op zijn plaats, en ziet u dat de Bijbel altijd in volmaakte harmonie spreekt.
5. “Maar ik voel niets als ik geloof. Ben ik dan wel echt gered?”
Antwoord: Zaligheid gaat niet om gevoel, maar om Gods belofte.
đ 1 Johannes 5:13 – “Deze dingen heb ik u geschreven… opdat gij weet dat gij het eeuwige leven hebt.”
Gods Woord is betrouwbaarder dan uw gevoelens. U kunt rusten op Zijn belofte, ook al voelt u niets.
6. “Maar dit is toch veel te simpel? Dat kan toch niet waar zijn?”
Antwoord: Blijkbaar is het nog niet simpel genoeg om te geloven. Want kijk eens rond: miljoenen mensen horen dit Evangelie, maar de meesten verwerpen het.
Geloof het maar eens: dat u werkelijk niets hoeft toe te voegen, dat Christus alles gedaan heeft, dat het werk écht volbracht is. Dat gaat dwars tegen ons menselijke denken in.
đ 1 Korinthe 1:23 – “Maar wij prediken Christus, den Gekruisigde, den Joden wel een ergernis, en den Grieken een dwaasheid.”
Voor de wereld is dit dwaasheid. Voor religieuzen is dit een ergernis. Waarom? Omdat het alle trots wegneemt. Het zegt: “Uw werken tellen niet mee. Uw verdiensten doen er niet toe. Alleen Christus redt.”
đ Johannes 19:30 – “Het is volbracht.”
đ Denkt u dat u daar nog iets aan moet toevoegen? Wat zou u kúnnen toevoegen aan volmaakt werk?
Het Evangelie is simpel. Maar juist daarin ligt de kracht van God.
đ Romeinen 1:16 – “Want ik schaam mij des Evangelies van Christus niet; want het is een kracht Gods tot zaligheid een iegelijk, die gelooft.”
Dus ja, het is simpel. Maar probeer het maar eens te geloven. Dáár struikelen de meesten: ze willen liever zelf iets doen.
đĨ Het is simpel genoeg voor een kind om te begrijpen, maar zo diep dat de grootste geleerden erover struikelen.
7. “Maar is het geloof niet de gave van God? Efeze 2:8 zegt dat toch?”
Antwoord: Dat lijkt zo, maar dat is een misverstand. Lees de tekst goed:
đ Efeze 2:8-9 – “Want uit genade zijt gij zalig geworden, door het geloof; en dat niet uit u, het is Gods gave; niet uit de werken, opdat niemand roeme.”
Wat is hier “de gave van God”? → de zaligheid zelf, het eeuwige leven. Niet het geloof.
Vergelijk dit met een ander helder vers:
đ Romeinen 6:23 – “Want de bezoldiging der zonde is de dood, maar de genadegift Gods is het eeuwige leven, door Jezus Christus, onzen Heere.”
Zie je het? De gave is het eeuwige leven, niet het geloof.
Als geloof zelf de gave zou zijn, dan zou dit vers zo moeten lezen: “Want de genadegift Gods is het geloof, door Jezus Christus.” Maar dat staat er niet. Het eeuwige leven is de gave.
đ Denk logisch mee:
Als geloof een gave was die je eerst zou moeten krijgen, dan zou God iets van u eisen (geloof) wat Hij u pas later zou kunnen geven. Dat zou God maken tot een tegenstrijdige Rechter.
Maar de Bijbel zegt juist: “Die in Mij gelooft, heeft eeuwig leven” (Joh. 6:47). Dat is geen belofte aan een select groepje, maar een uitnodiging aan ieder mens.
8. “Maar kan het dan zo zijn dat zelfs de slechtste mensen, massamoordenaars, dictators, ook gered kunnen worden?”
Antwoord: Ja. Precies dát is genade.
đ 1 Johannes 2:2 – “En Hij is een verzoening voor onze zonden; en niet alleen voor de onze, maar ook voor de zonden der gehele wereld.”
Alle zonden zijn betaald. Wie gelooft, ontvangt vergeving – ongeacht verleden.
Paulus, de grootste vervolger van de kerk werd de grootste apostel. “Christus Jezus is in de wereld gekomen om de zondaren zalig te maken, van welke ik de voornaamste ben.” (1 Tim. 1:15).
9. “Maar is de mens sinds de zondeval niet in een totale doodstaat – dus onbekwaam om te geloven?”
Antwoord: Dit is één van de bekendste leugens van de satan. Hij zegt: “Zie je wel, je kúnt het niet. Je moet eerst uitverkoren zijn, anders lukt het nooit.”
Maar wat zegt de Bijbel?
đ Johannes 6:47 – “Voorwaar, voorwaar zeg Ik u: Die in Mij gelooft, heeft het eeuwige leven.”
đ God geeft het bevel én de uitnodiging om te geloven. Als Hij zou zeggen dat u moet geloven, maar tegelijk het onmogelijk maken, zou dat een wrede grap zijn. Dat is niet de God van de Bijbel.
Sommigen zeggen: “Maar de mens is toch dood in zonden, dus hij kan helemaal niet geloven? Een totale doodstaat!”
Nee! Kijk naar Adam. Nadat hij gezondigd had, verstopte hij zich voor God. En wat deed God? Hij riep: “Adam, waar zijt gij?”
(Gen. 3:9). En Adam antwoordde. Als Adam werkelijk totaal onbekwaam was, zou hij nooit kunnen reageren, nooit kunnen spreken. Maar hij kwam tevoorschijn en sprak met God.
“Dood in zonden” betekent dus niet dat u niets meer kunt. Het betekent scheiding van God.
đ Efeze 2:1 – “En Hij heeft u levend gemaakt, daar gij dood waart door de misdaden en de zonden.”
Dood is afstand, vervreemding – niet onvermogen om te geloven.
En let op: ieder mens gelooft dagelijks.
- U drukt op de lichtknop en vertrouwt dat het licht aangaat.
- U stapt in de auto en vertrouwt dat de remmen werken.
- U eet brood en vertrouwt dat het niet vergiftigd is.
Iedereen leeft door geloof. De vraag is niet: kan een mens geloven? – dat doet u continu. De vraag is: waar zet u uw geloof op?
Daarom zegt de Bijbel steeds weer:
đ Handelingen 16:31 – “Geloof in den Heere Jezus Christus, en gij zult zalig worden.”
đĨ De satan weet dat het zo eenvoudig is. Daarom probeert hij mensen te laten denken dat ze eerst iets mysterieus moeten krijgen voordat ze kunnen geloven. Maar God zegt: geloof nu. Het is uw verantwoordelijkheid – en het is mogelijk.
10. “Maar hoe zit het met de uitverkiezing?”
Antwoord: Veel mensen denken dat God van tevoren bepaalde mensen gekozen heeft om gered te worden, en anderen niet. Maar dat is niet wat de Bijbel leert.
đ 1 Timotheüs 2:3-4 – “…God, onze Zaligmaker, Welke wil, dat alle mensen zalig worden, en tot kennis der waarheid komen.”
đ 2 Petrus 3:9 – “…Hij wil niet, dat enigen verloren gaan, maar dat zij allen tot bekering komen.”
Gods wil is dus duidelijk: Hij wil dat iedereen gered wordt. Het probleem is niet dat Hij mensen buitensluit, maar dat mensen Zijn aanbod afwijzen.
Als iemand werkelijk al van voor de grondlegging der wereld “uitverkoren” zou zijn tot redding, dan was diegene eigenlijk nooit verloren. Maar de Bijbel zegt juist dat iedereen verloren is zonder Christus (Johannes 3:18). Jezus Zelf zegt:
đ Lukas 19:10 – “Want de Zoon des mensen is gekomen om te zoeken en zalig te maken dat verloren was.”
Dat klopt alleen als werkelijk ieder mens verloren ís, en redding pas komt door geloof.
Wat bedoelt de Bijbel dan met uitverkiezing?
- Uitverkiezing gaat niet over wie er wel of niet gered mág worden. Het gaat over Gods plan dat iedereen die gelooft in Christus:
- uitverkoren is om heilig en onberispelijk te zijn (Efeze 1:4),
- geroepen is om gelijkvormig te worden aan Christus (Romeinen 8:29),
- en bestemd is voor heerlijkheid.
Met andere woorden: uitverkiezing gaat over het doel en de roeping van gelovigen, niet over een select groepje dat bij voorbaat gered was.
11. “Maar ik geloof toch al in God?”
Antwoord: Dat is mooi, maar de Bijbel zegt dat alleen geloof in God niet genoeg is.
đ Jakobus 2:19 – “Gij gelooft, dat God één is; gij doet wel; de duivelen geloven het ook, en zij sidderen.”
De duivel gelooft óók in God. Maar hij vertrouwt niet op Christus als zijn Redder. Het verschil is dit: geloof je alleen dat God bestaat, of vertrouw je volledig op Jezus Christus – Zijn dood, begrafenis en opstanding – als jouw enige hoop?
12. “Komt het niet allemaal op hetzelfde neer? Moslims, katholieken, joden, boeddhisten… we dienen toch dezelfde God?”
Antwoord: Nee. Dit is een van de gevaarlijkste leugens van vandaag.
đ Johannes 14:6 – “Ik ben de Weg, en de Waarheid, en het Leven; niemand komt tot den Vader, dan door Mij.”
đ Handelingen 4:12 – “En de zaligheid is in geen Anderen; want er is ook onder den hemel geen andere Naam, Die onder de mensen gegeven is, door Welken wij moeten zalig worden.”
đ Alle andere religies proberen via werken of rituelen tot God te komen. Alleen Jezus heeft de straf op de zonde volledig betaald. Er is maar één deur naar de hemel, en dat is Hij.
13. “God is liefde. Hij stuurt niemand naar de hel, toch?”
Ja, God is liefde. Maar Hij is óók rechtvaardig. Een rechter die moordenaars en leugenaars zomaar zou laten gaan, zou geen goede rechter zijn.
đ Romeinen 6:23 – “Want de bezoldiging der zonde is de dood…”
God móet de zonde straffen. Maar uit liefde nam Jezus die straf op Zich. Als je dat afwijst, blijft er maar één optie: je draagt zelf de straf, voor eeuwig.
14. “Ik ben te slecht. Voor mij kan dit niet gelden.”
Antwoord: Juist wél.
đ 1 Johannes 2:2 – “En Hij is een verzoening voor onze zonden; en niet alleen voor de onze, maar ook voor de zonden der gehele wereld.”
Van de eerste mens (Adam) tot de laatste die ooit zal leven: alle zonden zijn betaald. Dictators, moordenaars, massamoordenaars, leugenaars – Jezus droeg het allemaal.
Als jij denkt dat jouw zonden te groot zijn, zeg je eigenlijk dat het offer van Jezus niet groot genoeg was. Maar God zegt: “Het is volbracht.” (Johannes 19:30)
15. “Maar ik moet toch vragen om een nieuw hart? Of Jezus bidden in mijn hart te komen? De Heere klopt toch op mijn hart?”
Antwoord: Dat klinkt vroom, maar het staat nergens in de Bijbel. U hoeft Jezus niet te vragen om in uw hart te komen – Hij komt automatisch in u wonen op het moment dat u gelooft.
đ Galaten 4:6 – “En overmits gij zonen zijt, zo heeft God den Geest Zijns Zoons uitgezonden in uw harten, Die roept: Abba, Vader!”
đ Zie je dat? Niet: “als u Hem erom vraagt.” Nee: omdat u gelooft, heeft
God de Geest van Zijn Zoon al in uw hart gegeven.
En over dat “kloppen op de deur”: dat vers (Openbaring 3:20) gaat niet over ongelovigen, maar over een gemeente
die Christus buiten had gesloten. Het is geen evangelisatietekst, maar een oproep aan gelovigen om opnieuw gemeenschap met Hem te hebben.
Het Evangelie is simpel: niet bidden voor een nieuw hart, niet wachten op een gevoel, maar gewoon geloven in de Heere Jezus Christus. Dán doet God het wonder: Hij vernieuwt uw hart en komt Zelf in u wonen.
đ Efeze 1:13 – “…nadat gij het Evangelie uwer zaligheid gehoord hebt, in Welke gij ook, nadat gij geloofd hebt, zijt verzegeld geworden met den Heiligen Geest der belofte.”
đĨ U hoeft Hem dus niet binnen te laten. Zodra u gelooft, is Hij er al.
16. “Maar als ik eenmaal geloof, kan ik dan nog verloren gaan?”
Antwoord: Nee! Als je echt gelooft in Christus, ben je veilig voor eeuwig.
đ 1 Johannes 5:13 – “…opdat gij weet, dat gij het eeuwige leven hebt.”
đ Romeinen 8:38-39 – “Noch dood, noch leven… zal ons kunnen scheiden van de liefde Gods, welke is in Christus Jezus, onzen Heere.”
Redding is niet afhankelijk van uw trouw, maar van Christus’ trouw. Zelfs als u later afdwaalt, blijft u gered. Maar let op: ongehoorzaamheid brengt wel kastijding en verlies van beloning mee.
17. “Waarom zou ik God nog dienen, als ik toch al naar de hemel ga?”
Antwoord: Omdat u Hem liefhebt. Omdat u dankbaar bent. En omdat er beloningen zijn.
đ 2 Korinthe 5:10 – “Want wij allen moeten geopenbaard worden voor den rechterstoel van Christus; opdat een iegelijk wegdrage, hetgeen door het lichaam geschiedt, naardat hij gedaan heeft, hetzij goed, hetzij kwaad.”
Alles wat u nu doet voor de Heere – elke daad, elk woord, elk offer – zal eeuwige beloning geven in het Duizendjarig Rijk en in de eeuwigheid. U bent al zeker van de hemel, maar u kunt nog schatten verzamelen in de hemel.
18. “Dus ik kan na mijn geloof leven alsof ik de duivel zelf ben – en nog steeds naar de hemel gaan?”
Antwoord: Ja. Hard, maar waar. Dat heet: GENADE.
đ Romeinen 11:6 – “Indien het door genade is, zo is het niet meer uit de werken…”
Eeuwig leven is een geschenk, geen contract dat u verbreken kunt. Zelfs al valt u diep, u blijft een kind van God. Hij kan u kastijden, alles afnemen, zelfs vroegtijdig thuishalen – maar Hij neemt u nooit uw eeuwige leven af.
đĨ Dat is de schokkende waarheid: redding is écht 100% genade.
19. “Moet ik bidden om gered te worden? Een zondaarsgebed of zoiets?”
Antwoord: Nee. De Bijbel zegt nergens dat een bepaald gebed redding geeft. Redding komt niet door een gebed, maar door geloof in Jezus Christus.
đ Johannes 6:47 – “Die in Mij gelooft, heeft het eeuwige leven.”
Een gebed kan een uitdrukking zijn van dat geloof, maar het gebed redt u niet – alleen het geloof.
20. “Maar Jakobus zegt toch: geloof zonder werken is dood?”
Antwoord: Dat klopt – maar Jakobus spreekt niet over redding voor God, maar over het bewijs van geloof vóór mensen. Abraham werd voor God gerechtvaardigd door geloof alleen (Romeinen 4:2-3). Werken zijn het bewijs van geloof, niet de voorwaarde.
đ Romeinen 4:5 – “Doch dengene, die niet werkt, maar gelooft in Hem, Die den goddeloze rechtvaardigt, wordt zijn geloof gerekend tot rechtvaardigheid.”
21. “Kan ik mijn redding verliezen?
Antwoord: Nee. Wie gelooft is voor altijd behouden. U bent verzegeld met de Heilige Geest (Ef. 1:13; 4:30), niemand kan u uit Christus’ hand rukken (Joh. 10:28-29), niets kan u scheiden van Gods liefde (Rom. 8:38-39).
Wat een gelovige wél kan verliezen:
- Vreugde, gemeenschap, zegen nu (Ps. 51:14; 1 Joh. 1:6-7).
- Loon bij de rechterstoel van Christus (1 Kor. 3:13-15).
Maar niet het eeuwige leven:
"Indien iemands werk verbrand wordt, die zal schade lijden; maar zelf zal hij behouden worden, doch alzo als door vuur.” (1 Kor. 3:15)
22. “Wat gebeurt er met wie nooit van Jezus gehoord hebben?”
Antwoord: De Bijbel zegt dat ieder mens licht heeft ontvangen – de schepping en het geweten (Romeinen 1:19-20). Wie dat licht volgt, krijgt méér licht – zoals Cornelius (Handelingen 10). God is rechtvaardig en niemand zal ooit zeggen: “Ik had geen kans.”
đ Handelingen 17:27 – “…Hij is niet ver van een iegelijk van ons.”
23. “Wat met kinderen of baby’s die sterven?”
Antwoord: De Bijbel laat zien dat God genadig en rechtvaardig is tegenover kinderen die nog niet bewust kunnen kiezen.
David zei na het sterven van zijn kind:
đ 2 Samuël 12:23 – “Ik zal tot hem gaan, maar hij zal tot mij niet wederkomen.”
En Jezus zei:
đ Markus 10:14 – “Laat de kinderkens tot Mij komen… want derzulken is het Koninkrijk Gods.”
Daarbij zegt Paulus:
đ Romeinen 4:15 – “Waar geen wet is, daar is ook geen overtreding.”
đ Romeinen 5:13 – “…de zonde wordt niet toegerekend, als er geen wet is.”
đ Kinderen zijn dus veilig in Christus, totdat ze oud genoeg zijn om zelf bewust te kiezen voor of tegen Hem.
24. “Is er vagevuur of een tweede kans na de dood?”
Antwoord: Nee. Dat is menselijke traditie. Jezus zei: “Het is volbracht” (Johannes 19:30). Na dit leven komt het oordeel.
đ Hebreeën 9:27 – “Het is den mensen gezet, eenmaal te sterven, en daarna het oordeel.”
25. “En wat als ik iets heel ergs doe na mijn geloof – zelfs zelfmoord?”
Antwoord: Zelfs dat verandert niets aan uw redding. Jezus droeg alle zonden – verleden, heden en toekomst. Zelfmoord is ernstig en neemt beloning en zegen weg, maar het vernietigt nooit uw eeuwig leven.
đ Romeinen 8:38-39 – “…noch dood, noch leven… zal ons kunnen scheiden van de liefde Gods.”
26. “Maar wat als ik twijfel of ik wel écht geloof?”
Antwoord: Twijfel is iets anders dan ongeloof. Ongeloof is het afwijzen van Gods aanbod. Twijfel is een strijd in je gedachten – en dat kennen we allemaal.
De Bijbel zegt niet: “Wie nooit twijfelt, wordt gered.” De Bijbel zegt:
đ Johannes 6:47 – “Voorwaar, voorwaar zeg Ik u: Die in Mij gelooft, heeft het eeuwige leven.”
Het gaat er dus niet om hoe sterk uw geloof voelt, maar waar u op vertrouwt. Vertrouwt u op uzelf of op Christus? Als u alleen op Jezus vertrouwt, dan bent u gered – ook al voelt u zich zwak.
đ Het gaat niet om de sterkte van uw geloof, maar om de betrouwbaarheid van de Redder.
27. “Wat is de zonde tegen de Heilige Geest?”
Antwoord: Jezus zei: die zonde zal nooit vergeven worden (Mattheüs 12:31-32). Veel mensen worden bang: “Heb ik die zonde gedaan?”
De context laat zien dat het ging om Farizeeën die het werk van de Heilige Geest (de wonderen van Jezus) toeschreven aan de duivel. Ze verwierpen bewust en radicaal het getuigenis van God.
Vandaag is de enige onvergeeflijke zonde: het blijven verwerpen van het Evangelie. Zolang iemand weigert te geloven in Christus, blijft hij onder Gods oordeel.
đ Johannes 3:18 – “Die in Hem gelooft, wordt niet veroordeeld; maar die niet gelooft, is alrede veroordeeld, dewijl hij niet heeft geloofd in den Naam des eniggeboren Zoons van God.”
đ Alle andere zonden zijn betaald. Alleen ongeloof sluit u buiten de vergeving.
28. “Hoe zit het met mensen die het Evangelie nooit gehoord hebben?”
Antwoord: Sommigen vragen: “Wat nou als iemand nooit van Jezus gehoord heeft? Dat is toch niet eerlijk?”
De Bijbel zegt dat God Zich aan iedereen bekend maakt door de schepping en het geweten.
đ Romeinen 1:20 – “Want Zijn onzienlijke dingen worden van de schepping der wereld aan uit de schepselen verstaan en doorzien, beide Zijn eeuwige kracht en Goddelijkheid; opdat zij niet te verontschuldigen zouden zijn.”
Iedere mens weet in zijn hart dat er een God is, maar velen verwerpen dat licht. Wie wel oprecht zoekt naar God, zal méér licht krijgen – God zorgt dat Zijn boodschap hen bereikt.
đ Jeremia 29:13 – “En gij zult Mij zoeken, en vinden, wanneer gij naar Mij zult vragen met uw ganse hart.”
đ Uiteindelijk zal niemand kunnen zeggen: “Ik had geen kans.” God is rechtvaardig. Hij geeft iedereen de mogelijkheid om Hem te zoeken en te vinden.
29. “Hoe weet ik dat dit het enige ware Evangelie is?”
Antwoord: Alleen dit Evangelie doet volledig recht aan wie God is.
- God is rechtvaardig → Zonde móét gestraft worden. Een goede Rechter laat de schuldige niet zomaar vrijuit gaan.
- God is liefde → Hij nam Zelf die straf op Zich, in de Persoon van Jezus Christus.
- God is heilig → Hij kan geen enkele zonde door de vingers zien, maar legde ze allemaal op Zijn Zoon.
- God is genadig → Hij biedt eeuwig leven om niet, gratis, zonder werken of verdiensten.
đ Romeinen 3:26 – “…opdat Hij rechtvaardig zij, en rechtvaardigende degene, die uit het geloof van Jezus is.”
Zie je dat? Alleen in dit Evangelie blijft God volmaakt rechtvaardig (Hij straft de zonde), én volmaakt liefdevol en genadig (Hij redt de zondaar).
Als u er iets aan toevoegt (werken, religie, verdiensten), dan gaat óf Zijn rechtvaardigheid, óf Zijn genade verloren.
âĄī¸ Daarom is er maar één Evangelie. Alles anders is een vervalsing.
30. “Is bekering dan geen eenzijdig Godswerk?”
Antwoord: Bekering komt van God: Hij overtuigt en trekt de mens tot Zich. “Zo heeft dan God ook de heidenen de bekering gegeven ten leven.” (Hand. 11:18). Maar hoe trekt God? Niet door dwang, niet door een geheimzinnige kracht, maar door het Evangelie.
De Heere Jezus zegt: “Niemand kan tot Mij komen, tenzij dat de Vader, Die Mij gezonden heeft, hem trekke.” (Joh. 6:44). En hoe doet de Vader dat? Het volgende vers legt uit: “Een iegelijk, die van den Vader gehoord en geleerd heeft, die komt tot Mij.” (Joh. 6:45). God trekt door Zijn onderwijzing in het Woord. Daarom zegt Paulus: “Het geloof is uit het gehoor, en het gehoor door het Woord Gods.” (Rom. 10:17).
Jezus bevestigt dit: “En Ik, als Ik van de aarde zal verhoogd zijn, zal hen allen tot Mij trekken.” (Joh. 12:32). Dat gebeurde door het kruis en de verkondiging van dat kruis. Het Evangelie is de kracht Gods tot zaligheid (Rom. 1:16).
Dus: God trekt ieder mens met het Evangelie. Hij overtuigt en roept, maar de mens is 100% verantwoordelijk om te geloven of te verwerpen. Verloren gaan ligt nooit aan een gebrek van “Gods trekken”, maar altijd aan ongeloof: “En gij wilt tot Mij niet komen, opdat gij het leven moogt hebben.” (Joh. 5:40).
Samengevat: God trekt niet met iets geheimzinnigs buiten Zijn Woord, maar met het Evangelie van Jezus Christus; Hij trekt, en jij bent verantwoordelijk of je gelooft of niet.
31. “Moet ik mezelf toch bekeren van al mijn zonden om zalig te worden?”
Antwoord: In de Bijbel betekent bekering het Griekse woord metanoia = verandering van denken. Het gaat bij zaligheid dus niet om jezelf eerst schoonmaken van je zonden, want dat kán je niet. Bekering tot zaligheid is dat je in je denken
keert naar God en gelooft in de Heere Jezus Christus. Dát is de Bijbelse betekenis van bekering tot zaligheid.
32. “Maar ik geloof al heel mijn leven wat anders – mijn dominee en mijn kerk zeggen dat dit juist dwaalleer is?”
Antwoord: Dat is precies waarom u zelf Gods Woord moet onderzoeken. De Bijbel zegt:
đ Handelingen 17:11 – “…zij ontvingen het woord met alle toegenegenheid, onderzoekende dagelijks de Schriften, of deze dingen alzo waren.”
Uw kerk, uw dominee, uw traditie – zij kunnen falen. Maar Gods Woord faalt nooit.
đ Romeinen 3:4 – “…Doch God zij waarachtig, maar alle mens leugenachtig…”
đ Op de dag van het oordeel komt u niet ver met: “maar dit zei mijn dominee”, of “zo leerde mijn kerk het”, of “zo dacht mijn familie erover.” Ook niet met: “dit geloofde bijna iedereen om mij heen.” God zal niet vragen wat mensen zeiden, maar of ú vertrouwd hebt op Zijn Zoon.
đ Johannes 3:18 – “Die in Hem gelooft, wordt niet veroordeeld; maar die niet gelooft, is alrede veroordeeld, dewijl hij niet heeft geloofd in den Naam des eniggeboren Zoons van God.”
33. “Ik geloof niet in God. God bestaat niet. Wat heb ik hier mee te maken?”
Antwoord: Dan staat u ook in de Bijbel.
đ Psalm 14:1 – “De dwaas zegt in zijn hart: Er is geen God.”
đ Maar let op: uw ongeloof verandert niets aan de werkelijkheid. God blijft bestaan, ook al verwerpt u Hem. En eenmaal zult u tóch voor Hem staan.
đ Romeinen 14:11 – “Want er is geschreven: Zo waarachtig als Ik leef, zegt de Heere, dat voor Mij alle knie zal gebogen worden, en alle tong Gode zal belijden.”